Veelgestelde vragen

De vragen die directies als eerste stellen

Staat uw vraag er niet bij, stel ze gerust. Een eerlijk “dit past niet bij uw school” is ook een antwoord.

Verbetert de computer dan de toetsen?

Nee. Het systeem doet een eerste ronde en markeert waar het twijfelt. De leerkracht kijkt die markeringen na, neemt steekproeven van de rest, en zet de punten. Toetsen rond de grens geslaagd / niet geslaagd gaan altijd volledig door de handen van de leerkracht.

Op de startpagina ziet u in een voorbeeld hoe het systeem twijfel markeert en u zelf het punt bepaalt.

Mag dit wel, met werk van minderjarigen?

Met de juiste voorzorgen wel, en die voorzorgen zitten in de opleiding zelf. Er wordt uitsluitend met gepseudonimiseerde toetsen gewerkt, de verwerking loopt via een vaste, door Teacherhelp beheerde verwerkingslijn binnen de EU, en hoe de SharePoint-verbinding van uw school wordt opgezet, bespreken we vooraf met uw functionaris voor gegevensbescherming.

Zie gegevensbescherming voor de volledige uitleg.

Wat als een ouder een punt aanvecht?

Dan legt de leerkracht uit hoe hij tot dat punt kwam — precies zoals vandaag. Omdat de leerkracht altijd zelf de punten zet en de verbeterinstructie schriftelijk vastligt, is die uitleg zelfs beter onderbouwd dan bij een klassieke verbeterronde.

Dat is geen bijkomstigheid. Het is de reden dat de grens ligt waar ze ligt.

Werkt dit ook voor mijn vak?

De aanpak werkt overal waar een verbeterinstructie op te schrijven valt — en dat is bij vrijwel elk vak, want die instructie zit al in uw hoofd. Bij open vragen, teksten en uitgewerkte oefeningen is de winst het grootst. Bij zuivere meerkeuze is er weinig te winnen, omdat dat al automatisch gaat.

Talen, wiskunde, zaakvakken, wereldoriëntatie, techniek: het onderscheid tussen eenduidig en twijfelgeval ziet er in elk vak hetzelfde uit.

Werkt dit ook in het hoger onderwijs?

Ja, en de aanleiding is er meestal groter: enkele honderden examens per opleidingsonderdeel, met dezelfde deadline voor de puntenoverdracht.

Er is ook een verschil in uw voordeel. De eerste ronde wordt er al weggegeven aan assistenten, dus het principe hoeft aan niemand uitgelegd te worden. Wat de opleiding toevoegt is de uitgeschreven verbeterinstructie — die maakt de eerste ronde sneller én zorgt dat verschillende assistenten dezelfde vraag op dezelfde manier beoordelen.

Is dit ook bruikbaar in het basisonderwijs?

Ja. De hoeveelheid werk per toets ligt er lager, maar het aantal toetsen ligt hoger en de leerkracht geeft alle vakken zelf — dus de totale nakijklast is vergelijkbaar.

Wat wel verschilt: in het basisonderwijs staat er minder digitaal, en dat weegt zwaarder door. Of het de moeite waard is, hangt daar meer dan elders af van hoe het werk vandaag binnenkomt. Dat wordt in het intakegesprek eerlijk ingeschat.

Onze toetsen staan op papier. Kan dat?

Dan komt er een scanstap bij, en daar zit meteen de zwakste schakel: het handschrift moet leesbaar zijn. Voor een school waar alles op papier staat, is de winst kleiner en soms onvoldoende om de moeite waard te zijn. Dat wordt in het intakegesprek eerlijk ingeschat, vóór u een dag boekt.

Het handschrift van onze leerlingen is nauwelijks te lezen. Werkt dit dan wel?

Op gescand papier: minder goed, en dat wordt niet mooier voorgesteld dan het is. Wat een machine niet kan lezen, kan ze ook niet verbeteren.

Maar het is de moeite om op te merken dat dit probleem er nu al is. Een leerling die het juiste antwoord onleesbaar noteert, verliest vandaag punten aan zijn handschrift in plaats van aan zijn kennis, en de leerkracht verliest tijd aan ontcijferen. Digitaal afnemen lost dat op, ook zonder dat er verder iets verandert.

In het basisonderwijs ligt dat anders: daar is met de hand schrijven zelf een leerdoel en hoort een toets gewoon op papier.

Wat als leerkrachten niets mogen installeren op hun laptop?

Dat is een van de twee vragen die de vorm van de dag bepalen. Er zijn werkwijzen zonder installatie, maar ze zijn omslachtiger. Als de laptops volledig dichtgetimmerd zijn, is een gesprek met uw ICT-verantwoordelijke een voorwaarde en geen detail.

Hoeveel tijd wint een leerkracht hiermee?

Bij de eerste reeks: weinig tot niets, omdat de verbeterinstructie nog geschreven moet worden. De winst zit in de reeksen daarna. Concrete cijfers komen op deze site zodra ze bij de eerste school gemeten zijn — getallen die niet gemeten zijn, horen hier niet.

Mogen collega’s die er niet bij waren dit ook gebruiken?

Ja. Wat het team op de opleidingsdag leert, mag het intern verder delen. De verbeterinstructies die op de dag geschreven worden, blijven eigendom van de school.

Wat hebben we nodig om te starten?

Een lokaal met projectie, werkende wifi, een eigen laptop per deelnemer, en per deelnemer een echte toetsreeks die al verbeterd is. Die laatste is belangrijk: zo kan iedereen het voorstel vergelijken met het eigen oordeel.

Kunnen we eerst iets kleins proberen?

Ja, en dat is meestal de verstandigste start. De halve dag is bedoeld als kennismaking voor het team, zonder de opzet op eigen toetsen. Daarna beslist u of de volledige dag zinvol is.

Een kort gesprek volstaat

Vertel waar uw team vandaag tijd verliest. Daarna weet u of dit past — of dat het nog te vroeg is.

Kennismaking aanvragen →